Havo
Het hoger algemeen voortgezet onderwijs dat veelal afgekort wordt als HAVO, is het op één na hoogste niveau binnen het voortgezet onderwijs in Nederland. Het HAVO is in principe geen eindonderwijs - het is algemeen vormend en geen beroepsopleiding - maar voldoet toch aan de norm van startkwalificatie. Een havoabituriënt heeft in vergelijking met een 'afgestudeerde' MBO'er in de regel inhoudelijk breder onderwijs genoten. Het taal- en rekencurriculum van het HAVO ligt op een hoger niveau dan dat van het MBO.
Deze opleiding duurt vijf jaar. Het havo is bedoeld voor leerlingen van 12 tot 17 jaar, en sluit aan op de basisschool, het VMBO-T en het voormalige MAVO-D noveau. Het havo bereidt leerlingen voor op het hoger beroepsonderwijs (HBO). Met een bewijs dat de eerste drie jaar goed zijn doorlopen, kan een leerling doorstromen naar een vakopleiding of een middenkaderopleiding in het MBO. Het HAVO-diploma geeft tevens toegang tot het VWO. Met een HAVO-diploma op zak kan de leerling aan een versneld MBO-traject deelnemen.
De VMBO-T/ HAVO brugklas
Deze klas biedt de mogelijkheid om de keuze voor VMBO-T of HAVO nog een jaar uit te stellen.
De HAVO/ VWO brugklas
Deze klas is bedoeld voor leerlingen met een HAVO of HAVO/ VWO advies. Keuze voor HAVO of VWO wordt aan het einde van het brugjaar gemaakt.
In de lessentabel van de onderbouw zijn de lessen van het eerste jaar HAVO te zien.
HAVO 2
In HAVO 2 krijgen de leerlingen Duits en natuurkunde als nieuwe vakken. In de lessentabel van de onderbouw zijn de lessen van het tweede jaar HAVO te zien.
HAVO 3
In het derde leerjaar is scheikunde een nieuw vak. De leerlingen worden in de loop van het jaar voorbereid op de profielkeuze voor HAVO in de Tweede Fase. In de derde klassen wordt de Cito Advies Toets afgenomen. De leerlingen werken samen met de mentor een begeleidingsmethode door. Bovendien verzorgt de decaan een aantal avonden om het keuzeproces te ondersteunen.
In de lessentabel van de onderbouw zijn de lessen van het derde jaar HAVO te zien.
HAVO 4 en 5 (Tweede Fase)
Het examen in de Tweede Fase is samengesteld uit een schoolexamen (SE) en een landelijk georganiseerd centraal examen (CE). Bij sommige vakken of vakdelen kan het schoolexamen al in het vierde leerjaar afgesloten worden. Bij andere vakken gebeurt dat pas later. In feite zijn de leerlingen al vanaf het begin van het vierde leerjaar met het examen bezig. Alle toetsen en opdrachten, werkstukken, verslagen en andere leeractiviteiten worden opgeslagen in een examendossier, dat aan bepaalde eisen moet voldoen. Uiteindelijk moeten alle vereiste onderdelen van het schoolexamen worden afgerond, voordat aan het centraal examen kan worden deelgenomen. Aan alle leerlingen wordt tijdig een uitgebreid examenreglement en een Programma van Toetsing en Afsluiting (P.T.A.) uitgereikt.
De voorbereiding op de Tweede Fase is van groot belang. Met name de keuze van het profiel wordt zorgvuldig begeleid, zodat eventuele wisselingen in het vierde leerjaar zoveel mogelijk voorkomen worden. Bovendien is aan zo’n eventuele wisseling een tijdslimiet verbonden. De overgang van HAVO naar VWO blijft onder bepaalde voorwaarden mogelijk. De leerling moet een inhaalprogramma doorlopen en bovendien moet het voortraject naar de mening van de toelatingscommissie voldoende perspectieven bieden voor een succesvolle overstap naar het VWO. In principe mag de leerling in HAVO 4 of 5 niet gedoubleerd hebben om te kunnen overstappen naar VWO-5.
In de lessentabel van de HAVO Vernieuwde tweede fase zijn de lessen van het vierde en vijfde jaar HAVO te zien.