VWO
Het Voorbereidend Wetenschappelijk Onderwijs of VWO is een van de vier vormen van voortgezet onderwijs in Nederland. Deze onderwijsvorm duurt 6 jaar (leeftijd: 12-18 jaar).
Een voltooide VWO-opleiding geeft toegang tot een verdere studie aan het wetenschappelijk onderwijs in de vorm van universiteiten. Het VWO was bij de invoering van de Mammoetwet in 1968 de opvolger van de hogere burgerschool, het atheneum en het gymnasium. Het verschil tussen atheneum en gymnasium is dat er op het gymnasium ook Grieks en Latijn wordt gegeven.
Om tot het VWO te worden toegelaten is over het algemeen een score op de Cito Eindtoets Basisonderwijs nodig van 542 en hoger. Bij een Cito-score van 539 of lager wordt de leerling niet toegelaten. Bij een score van 540 en 541 moet een andere extra toets het VWO-advies bevestigen. Ongeveer 20% van de huidige brugklassers gaat naar het VWO.
Brugklas
Leerlingen met een VWO of HAVO/VWO advies kunnen in drie verschillende brugklassen beginnen. Leerlingen met een HAVO/VWO advies kunnen in de HAVO-VWO brugklas beginnen. De keuze voor HAVO of VWO wordt aan het eind van het brugjaar gemaakt. Voor leerlingen met een VWO-advies is er de VWO brugklas. En voor VWO-leerlingen, die meer aan kunnen is er de klas voor tweetalig VWO. Hiervan zijn minimaal 50% van de vakken in het Engels en zijn er extra lesuren Engels.
In de lessentabel van de onderbouw zijn de lessen van het eerste jaar VWO te zien.
VWO 2
In VWO 2 krijgen de leerlingen Duits en natuurkunde als nieuwe vakken. Als extra vak kunnen VWO-leerlingen Latijn kiezen.
In de lessentabel van de onderbouw zijn de lessen van het tweede jaar VWO te zien.
VWO 3
In het derde leerjaar is scheikunde een nieuw vak. Leerlingen die Latijn kiezen, volgen in VWO-3 slechts één uur tekenen. De leerlingen worden in de loop van het jaar voorbereid op de profielkeuze voor VWO in de Tweede Fase. In de derde klassen wordt de Cito Advies Toets afgenomen. De leerlingen werken samen met de mentor een begeleidingsmethode door. Bovendien verzorgt de decaan een aantal avonden om het keuzeproces te ondersteunen.
In de lessentabel van de onderbouw zijn de lessen van het derde jaar VWO te zien.
VWO 4, 5 en 6 (Vernieuwde Tweede Fase)
Het examen in de Tweede Fase is samengesteld uit een schoolexamen (SE) en een landelijk georganiseerd centraal examen (CE). Bij sommige vakken of vakdelen kan het schoolexamen al in het vierde leerjaar afgesloten worden. Bij andere vakken gebeurt dat pas later. In feite zijn de leerlingen al vanaf het begin van het vierde leerjaar met het examen bezig. Alle toetsen en opdrachten, werkstukken, verslagen en andere leeractiviteiten worden opgeslagen in een examendossier, dat aan bepaalde eisen moet voldoen. Uiteindelijk moeten alle vereiste onderdelen van het schoolexamen worden afgerond, voordat aan het centraal examen kan worden deelgenomen. Aan alle leerlingen wordt tijdig een uitgebreid examenreglement en een Programma van Toetsing en Afsluiting (P.T.A.) uitgereikt.
De voorbereiding op de Tweede Fase is van groot belang. Met name de keuze van het profiel wordt zorgvuldig begeleid, zodat eventuele wisselingen in het vierde leerjaar zoveel mogelijk voorkomen worden. Bovendien is aan zo’n eventuele wisseling een tijdslimiet verbonden. De overgang van HAVO naar VWO blijft onder bepaalde voorwaarden mogelijk. De leerling moet een inhaalprogramma doorlopen en bovendien moet het voortraject naar de mening van de toelatingscommissie voldoende perspectieven bieden voor een succesvolle overstap naar het VWO. In principe mag de leerling in HAVO 4 of 5 niet gedoubleerd hebben om te kunnen overstappen naar VWO 5.
In de lessentabel van het VWO zijn de lessen van het vierde, vijfde en zesde jaar VWO te zien.